STOP HET PSYCHIATRISCH IMPERIALISME – Door Peter Giessen

Is uw kind vaak zo prikkelbaar en onredelijk dat u hem liefst achter het behang zou willen plakken? Let op: vanaf 2013 lijdt hij aan de nieuwe stoornis DMDD (disruptive mood dysregulation disorder). ADHD, PDD-NOS en ASS hebben er dan een broertje bij. DMDD wordt een ‘nieuw monster’, gelooft de prominente Amerikaanse psychiater Allen Frances.

Een stoornis met vage criteria, waarmee jonge kinderen aan de pillen geholpen kunnen worden.

DMDD wordt waarschijnlijk opgenomen in de DSM V, de nieuwste versie van het handboek voor psychiaters, die in 2013 moet verschijnen. De Diagnostic Statistic Manual for Mental Disorders wordt voornamelijk samengesteld door Amerikaanse psychiaters, maar wordt over de hele wereld gebruikt. De invloed van deze ‘psychiaterbijbel’ op de geestelijke gezondheidszorg is enorm, ook omdat verzekeraars pas betalen als een stoornis aan de criteria van de DSM voldoet.

De huidige versie, de DSM IV, is al vaak bekritiseerd omdat hij gewone levensproblemen zou verwarren met geestelijke ziekten, excentrieke trekjes met psychische stoornissen. Wie na twee maanden nog rouwt om zijn overleden partner, is depressief. Verlegen mensen blijken opeens een sociale fobie te hebben. De buurman is geen asociale driftkop: hij heeft slechts last van zijn ‘periodieke explosiviteitsstoornis’.

Allen Frances, emeritus hoogleraar psychiatrie, was voorzitter van de werkgroep die de DSM IV samenstelde. ‘Op pijnlijke wijze heb ik ondervonden hoe kleine veranderingen in de definitie van psychische stoornissen grote onbedoelde gevolgen kunnen hebben. Wij probeerden voorzichtig te zijn, maar hebben ongewild bijgedragen aan drie valse epidemieën: adhd, autisme en bipolaire stoornis bij kinderen. Wij hebben ons net te ver uitgegooid. Daardoor hebben we te veel ‘patiënten’ gevangen die beter af waren geweest als ze niet in de geestelijke gezondheidszorg terecht waren gekomen’, schreef hij in de Los Angeles Times.

In de DSM V wordt het net nog veel verder uitgegooid. Frances zelf zou aan een vreetbuistoornis lijden, omdat hij minstens een keer per week veel eet. Door het ‘verzwakte psychose syndroom’ wordt de drempel voor een psychose verlaagd. Vergeetachtige ouderen lijden voortaan aan een ‘milde neurocognitieve stoornis’, zwartkijkers aan de ‘gemengde angst- en depressiestoornis’. Excentriekelingen vinden gemakkelijker een plekje in het autismespectrum, terwijl de criteria voor ADHD bij volwassenen flink worden opgerekt. Verkrachters kunnen zich beroepen op de parafiele dwangstoornis, ongetwijfeld tot vreugde van hun advocaten.

Bij al deze stoornissen horen natuurlijk geneesmiddelen. De DSM V wordt dan ook een ‘bonanza voor de farmaceutische industrie’, vreest Frances. In de DSM V worden de fouten van de DSM IV vermenigvuldigd, is zijn conclusie. ‘De psychiatrie dringt steeds dieper door in het almaar krimpende domein van het normale.’

Dat psychiaters niet rusten voordat zij iedereen gek hebben verklaard, is een karikatuur. Maar niet eens zo’n heel groteske. Volgens een onderzoek van het Amerikaanse National Institute of Mental Health lijdt 46 procent van de Amerikanen op enig moment van zijn leven aan een psychische stoornis volgens de criteria van DSM IV. David Kupfer, voorzitter van de werkgroep die de DSM V voorbereidt, ziet hier niets vreemds in. Van de mensen die bij de huisarts komen lijdt 30 tot 50 procent aan een stoornis die behandeld moet worden, schreef hij in de Journal of the American Medical Association.

Terwijl autoriteiten, zoals minister Schippers in Nederland, zich zorgen maken over de almaar groeiende kosten van de geestelijke gezondheidszorg, geloven veel psychiaters dat er nog heel wat verborgen leed moet worden opgespoord. Volgens de British Psychological Society verwarren ze daarbij gewone levensproblemen met ziekte. Normale reacties op tegenslag worden steeds verder gemedicaliseerd, menen de Britse psychologen. Het is logisch dat iemand in de put zit als hij een dierbare is kwijtgeraakt, ontslagen is, of als het leven achterblijft bij zijn hooggestemde verwachtingen. Zo iemand heeft misschien hulp nodig. Maar hij is niet ziek en hoeft geen pillen te slikken.

Ook socioloog Allan Horwitz en psychiater Jerome Wakefield maken onderscheid tussen verdriet en depressie. Verdriet is doorgaans een gezonde reactie, depressie een ziekte waarvoor vaak geen oorzaak is aan te wijzen, schrijven zij in The Loss of Sadness. De zelfmoord van de succesvolle acteur Antonie Kamerling was een voorbeeld.

Horwitz en Wakefield citeren de socioloog David Karpf: ‘Volgens elke objectieve norm zou ik me goed moeten voelen. Ik had een goede baan, ik had net mijn eerste boekcontract getekend, ik had een geweldige vrouw, een prachtige zoon en een pas geboren dochter. Maar elke nacht vulde mijn hoofd zich met verontrustende overpeinzingen en overdag voelde ik een ondraaglijke pijn alsof een van mijn dierbaren was overleden.’

De DSM kijkt alleen naar symptomen, niet naar oorzaken. Iemand met verdriet kan even somber zijn als iemand met een depressie. De verwarring van levensproblemen met depressie heeft geleid tot een enorme inflatie van de diagnose depressie, stellen Horwitz en Wakefield. Een ernstige, betrekkelijk zeldzame aandoening kon zo uitgroeien tot een ‘volksziekte’.

Op abstract niveau is deze analyse heel plausibel. De meeste mensen zullen het erover eens zijn dat het aantal patiënten met een depressie, ADHD of autisme ongeloofwaardig hoog is. Maar veel mensen lijden aan het leven, ook al zijn ze volgens de definitie van Horwitz en Wakefield niet ziek. Filosofe Trudy Dehue bestrijdt dat deze mensen geen depressie hebben. Ze hebben alleen een ander soort depressie. In haar boek De Depressie-Epidemie beschrijft Dehue depressie als een product van de hedendaagse cultuur.

Mensen kunnen hun gevoelens van ongeluk en onvrede niet meer toeschrijven aan hogere machten. Ze voelen zich ook niet meer het slachtoffer van een onrechtvaardige samenleving. De liberale samenleving biedt maar heel weinig troost, aldus Dehue. Als je ongelukkig bent, is dat je eigen verantwoordelijkheid en moet je er iets aan doen. ‘We staan het liefst allemaal zelfstandig, competitief en verantwoordelijk in het leven. Wie daar te weinig toe in staat is, heet niet alleen angstig of depressief, maar loopt een kans om werkelijk ongelukkig te worden door de confrontatie met het eigen tekort.’

Zulke mensen zijn geen watjes die bij de minste tegenslag naar de psychiater lopen. Ze willen juist dolgraag meedoen, concurreren en presteren. Maar in eigen ogen slagen ze daar onvoldoende in. De pijn die dat oplevert kan even heftig zijn als de pijn van een depressieve stoornis, aldus Dehue.

Maar hoeveel begrip zulke patiënten ook verdienen, het behandelen van levensproblemen als ziekte is een doodlopende straat, zeker als die behandeling vooral bestaat uit het voorschrijven van medicatie. De Britse arts en schrijver Theodore Dalrymple illustreerde dat met een extreem voorbeeld: ‘Ik behandelde een vrouw die zei dat ze depressief was. Ik zei: u bent niet depressief, u bent ongelukkig omdat u samenwoont met een man die fuck off op zijn voorhoofd heeft getatoeëerd en u elke avond in een kast opsluit’.

Medicatie zou haar leven hooguit wat draaglijker maken. Tenminste: als antidepressiva effectief zouden zijn, iets wat veel onderzoekers betwijfelen of bestrijden. Het eigenlijke probleem wordt echter niet opgelost. ‘Natuurlijk ben je ongelukkig als je leven niet lekker loopt’, zei socioloog Allan Horwitz in de Volkskrant. ‘Maar dan moet je je leven veranderen, niet de neurochemie in je hoofd.’

Op maatschappelijk niveau doet zich iets soortgelijks voor. Er is iets mis met een cultuur die zo veel mensen met depressie, ADHD of andere stoornissen voortbrengt. De enorme toename van ADHD laat zien dat ouders en leerkrachten kennelijk niet meer met drukke kinderen kunnen omgaan, stelde pedagoog Micha de Winter in zijn recente boek Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. Natuurlijk is het moeilijk om een opvoedings- en onderwijscultuur te veranderen, maar het voorschrijven van ritalin aan steeds meer kinderen is ook geen oplossing. Van een maatschappelijk probleem een onderwijssysteem dat te veel uitvallers produceert wordt een individueel medisch probleem gemaakt.

Het is te simpel om de toename van psychische stoornissen louter te verklaren door de expansiedrang van de psychiatrie, gesteund door de farmaceutische industrie. Ook de vraag naar psychische dienstverlening is enorm toegenomen. Op zichzelf is dat vreemd: niemand gaat voor de lol naar de psychiater. Maar in een competitieve, individualistische samenleving bestaat een bijna oneindige vraag naar steun, veiligheid en zekerheid. In die zin is psychiatrie ook een consumptieartikel, schreef de Amsterdamse psychiater Damiaan Denys in de Volkskrant. ‘Zoals we de illusie van veiligheid kopen met Volvo, van blijdschap met Coca Cola, van familiale gezelligheid met Unox, van verleiding met Axe, zo kopen we de illusie van psychisch heil met psychiatrie. Daarmee wordt de psychiatrie echter overvraagd. Ze is te groot geworden.’

Samenleven met andere mensen gaat onvermijdelijk gepaard met pijn en angst, wist Sigmund Freud al. Als die pijn en angst ziekelijke vormen aannemen, is de psychiatrie onmisbaar. Maar het is een illusie dat zij het leven van gezonde mensen kan verbeteren door ook lichtere vormen van psychisch leed weg te nemen. Als de criteria voor stoornissen verder worden verruimd, zullen steeds meer mensen ziek worden verklaard. Dat kan niet de bedoeling zijn. Het psychiatrisch imperialisme van DSM V moet daarom worden gestopt. We kopen de illussie van psychisch heil. Dat kan niet de bedoeling zijn

Bron: de Volkskrant (13 augustus 2011 zaterdag)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.